Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Doornspijk – Verlengde Haerderweg 22 – A. Faber

In oktober 1944 vertrekt ds. Adriaan Faber met zijn vrouw Ank Faber-Chabot en hun vier kinderen vanuit Kampen naar een rietgedekte woning op Verlengde Haerderweg 22 in Doornspijk. De woning draagt de naam ‘Ons Hoekje’ en is het zomerverblijf van schaakgrootmeester Max Euwe. De Fabers mogen de woning huren mits ze zich ook ontfermen over de joodse onderduiker die daar verblijft: de bekende schaker Lodewijk Prins.

Prins neemt in 1931 afstand van zijn joodse afkomst. In 1936 heeft hij zijn voornaam Salomon veranderd in Lodewijk. Voor de Duitsers is hij echter nog wel joods en in 1942 neemt Lodewijk het besluit om onder te duiken, eerst in Loenersloot later op andere adressen. Wanneer hij is ondergedoken in het zomerhuis van Max Euwe is (nog) niet bekend.

Adriaan en Ank vinden het prima dat Lodewijk in hun tijdelijke woning verblijft. Ze brengen zelf ook een joodse onderduiker mee: Gerda Bloch. Zij heeft een vals persoonsbewijs op naam van Nancy Halman en wordt door de Fabers Nancy genoemd. Na enkele weken ontfermen Adriaan en Ank zich over nog meer onderduikers. Dat zijn: Jan Erik en Annelies Romein uit Amsterdam (kinderen van de bekende historici Jan en Annie Romein-Verschoor) en Jan Kroonenberg uit Kampen. Alle drie zijn ze actief in het verzet.

Gerda Bloch is samen met haar ouders Richard en Ilse Bloch-Cats en haar zus Doris in 1939 vanuit Berlijn naar Nederland gevlucht. Eerst wonen ze in Zandvoort en vervolgens in Hulshorst, aan de Oude Ermeloscheweg op nummer 17. Gerda en Doris gaan naar de lagere school in Hulshorst. Vanaf 1 september 1941 mogen joodse kinderen geen openbare en christelijke scholen meer bezoeken en dan gaan Gerda en Doris naar de joodse school in Zwolle.

Op 23 november 1941 duiken Gerda en Doris onder in Epe, eerst in een zomerhuis in de bossen, daarna bij de familie Van Lohuizen. Hun ouders duiken een week later onder bij de familie Alblas in Nunspeet. Omdat het te gevaarlijk wordt in Epe duikt Doris in september 1943 onder in Lobith en Gerda in november 1943 in Kampen, bij ds. Adriaan Faber. Zij gaat aan de slag als hulp in de huishouding. Samen met de familie Faber logeert ze in de zomer van 1944 enkele weken bij de ouders van Adriaan, in het huis ‘de Wente’ op Verlengde Haerderweg nummer 15 in Doornspijk. Vanwege het toenemend aantal huiszoekingen in Kampen besluiten Adriaan en Ank in oktober terug te gaan naar Doornspijk en het huis dat even verderop aan de Verlengde Haerderweg staat te huren. Daar voelen ze zich veiliger.

Vanaf de herfst van 1944 zijn agenten van de Grüne Polizei regelmatig in de bossen van de Noordwest-Veluwe te vinden, ook in Doornspijk. Ze zoeken gevluchte geallieerde militairen en joodse onderduikers. Op een dag kloppen ze aan de deur bij de Fabers. Ank doet open en staat de mannen vriendelijk in het Duits te woord. Nee, ze kan hen helaas niet in huis nodigen: een van haar kinderen heeft kinkhoest. Misschien kunnen ze later nog eens terugkomen? De Duitsers zijn bang voor infectieziekten en verdwijnen. De onderduikers kunnen opgelucht ademhalen. Ook Adriaan slaakt een zucht van verlichting: op de tafel in de eetkamer liggen een aantal gedropte wapens die het verzet bij hem heeft gebracht.

Na de bevrijding gaat de familie Faber terug naar Kampen. Gerda gaat met hen mee. Ook zus Doris komt bij hen wonen.

Richard en Ilse Bloch-Cats zijn op 14 oktober 1944 vermoord in Auschwitz.

Lodewijk Prins blijft nog een poosje in Doornspijk. Op 1 juni krijgt hij bezoek van een oude bekend uit de internationale schaakwereld. Het is G. S. A. Wheatcroft, luitenant-kolonel in het Britse leger. De schaakpartij die ze spelen wordt door de Brit gewonnen.

Lodewijks vader Joseph was al in 1922 overleden, zijn moeder Schoontje is op 25 oktober 1944 vermoord in Auschwitz, zijn broer Martijn is op 9 mei 1945 vermoord in Oost-Europa, in een werkkamp of tijdens een evacuatietocht. Broer Simon en zijn vrouw Saapke zijn in het voorjaar van 1944 gearresteerd op hun onderduikadres. Ze worden naar Westerbork gebracht. Omdat ze zich hebben laten dopen, worden ze niet op transport gesteld. Ze overleven de oorlog.

Bron:

– Faber Clarke, Marieke, ‘Ank Faber-Chabot. A Dutchwoman who Sheltered Jews in the Second World War’, in: Shirley Ardener e.a. (eds), War and Women across Continents. Autobiographical and Biographical Experiences (New York, Oxoford 2018), p. 35-52.

– Joods Monument Zaanstreek

– Arolson Archief