Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Oosterwolde – Van Norel

Een klein joods meisje duikt in de oorlog onder bij Van Norel in Oosterwolde.

De jonge huisarts E. Tjeenk-Willink is in de oorlog assistent van de Oldebroekse huisarts H.J. Harting. Harting is ziek en Tjeenk Willink neemt zijn praktijk waar, die zich uitstrekt van ’t Harde tot ‘t Loo en van Oosterwolde tot het Noordeinde en Kamperveen.

Tjeenk-Willink schrijft in het boek Oldebroek in Oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen over zijn herinneringen aan deze moeilijk periode. ‘Een heel bijzondere groep mensen vormden een apart probleem. Dat waren de onderduikers. Dikwijls hadden die met hun gastgezin een heel goede verstandhouding. Maar natuurlijk ontstonden er ook spanningen, kleine en grote, die zich op elkaar stapelden. Zo weet ik van een echtpaar dat een soort “woninkje”, onder een hooiberg uitgegraven, had toegewezen gekregen. Maar de vrouw kreeg een ernstige longontsteking. Daar ziekenhuisopname voor joden te riskant was, vroeg ik de boer haar zolang in de boerderij toe te laten. Maar dit werd geweigerd. Later hoorde ik dat het hier helemaal verkeerd is gegaan en dat zelfs deze onderduikers werden aangegeven.’

Als Tjeenk Willink bij een joods meisje in Oosterwolde geroepen wordt, zorgt hij ervoor dat ze naar het ziekenhuis wordt gebracht. Tjeenk Willink: ‘Een lief klein joods meisje, dat bij Van Norel in Oosterwolde woonde, moest ondanks de risico’s toch in het ziekenhuis te Zwolle worden opgenomen. Moeder Harting (vrouw van de oudere huisarts) slaagde erin haar de IJssel over te smokkelen. Je begrijpt dat hier veel moed voor nodig was.’

Wie is dat meisje? Is het G. J. van Norel Winterdijk 20?

Bron:

  • Willink Tjeenk, E., ‘Herinneringen van huisarts Tjeenk Willink’ in A. Visser (red.), Oldebroek in Oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1994)