Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Oldebroek – Vierhuizenweg 9 – J. Spronk

In 1943 zijn bij vrijgezel Jan Spronk, op Vierhuizenweg 9 te Oldebroek, vier Amsterdamse joden ondergedoken: het echtpaar Isaac en Marianne Winnink-Emden, Siena Heilbron-Emden, de zus van Marianne, en Victorina Roosje Jacobs, roepnaam Rieny.

De echtgenoot van Siena, Jaques Heilbron, is in 1942 in Amsterdam opgepakt tijdens een razzia. Haar dochtertje Fia is naar een weeshuis in Limburg gebracht, samen met haar neefje Martin, het zoontje van Isaac en Marianne. Rieny Jacobs logeerde voor de oorlog regelmatig in Elburg bij haar grootmoeder Esther-de Lange-Cracau. Omdat Rieny nog geen persoonsbewijs nodig heeft wordt zij door Marianne en Siena af en toe naar het dorp gestuurd om bij de drogist persoonlijke verzorgingsmiddelen voor vrouwen te kopen. Dat kan vrijgezel Jan niet voor hen doen, dat zou in het dorp argwaan wekken.

Jan Spronk leest elke dag aan tafel hardop uit de Bijbel. Hij houdt daarbij rekening met zijn gasten en kiest gedeelten uit het Oude Testament. Alleen met Kerst leest hij uit het Nieuwe Testament, over de geboorte van Jezus.

Ze slapen met z’n vieren op de hilde (zolder in de veestal) in het hooi. ’s Nachts doen ze hun behoeften op een po. In 2004 vertelt Rieny in een interview dat ze ’s morgens de ‘pispot’ uit het kleine bovenraampje leeg gooiden. In de loop van 1944 duiken ook twee oudere joden bij Spronk onder.

Op de avond van 15 december 1944 is er lawaai aan de achterdeur. Het zijn Duitsers die huiszoeking komen doen. De onderduikers vluchten zo snel mogelijk weg. Isaac Winnink is te laat, hij wordt door de Duitsers tegengehouden. Ze hebben echter niet in de gaten dat hij een jood is en geven hem de opdracht: ‘Ga de joden zoeken!’. Isaac loopt naar buiten en als hij uit het zicht van de overvallers is, rent hij weg. Jan Spronk wordt meegenomen naar Wezep, maar omdat hij zich van de domme houdt, wordt hij weer vrijgelaten.

Rieny brengt de nacht door in een kippenhok. De volgende dag wordt ze naar de Bovendwarsweg gebracht, naar Johannes Vaessen. Daar zijn op dat moment ook Isaac, Marianne en Siena. Na tien dagen wordt Rieny naar Oosterwolde gebracht en in februari 1945 naar Noordeinde. Isaac, Marianne en Siena duiken onder in Elburg. Siena maakt op 28 februari 1945 een huiszoeking mee op haar onderduikadres op Beekstraat 48A. Ze ontsnapt en duikt onder in Overijssel. Haar zus en zwager duiken onder bij de familie Hulst, Beekstraat 32. Alle vier overleven ze de oorlog.

Bronnen:

  • Sneller, Dirkje en Aart Veldman, ‘Vechten om te leven’ in: Een open venster (Wezep 2004)
  • Visser, A.(red.), ‘De jaren 1939-1945’ in: Oldebroek in Oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1995)
  • Waard-Ruijs, Bep, Wanneer komt de bevrijding? Oudheidkundige Vereniging Arent thoe Boecop te Elburg, uitgave nummer 101. (Wezep 2015)