In de zomer van 1942 duiken twee joodse meisjes uit Den Haag onder in het grote gezin van veeverloskundige Gerrit van de Streek en Gerrigje van de Streek-Evink aan de Kerkstraat 5 in Oldebroek: de elfjarige Thea Mendels en haar zevenjarige zus Ida. Hun ouders Bernard en Annie Mendels-Hompes verblijven bij de familie Van de Kerk aan de Veenweg.
Thea en Ida hebben het adres van familie in Amerika uit het hoofd geleerd voor het geval zij hun ouders kwijtraken. De familie Van de Streek maakt twee schuilplaatsen boven de bedsteden: één voor de clandestiene radio en één voor de meisjes. Via een luik op zolder kunnen ze naar binnen. Het luik ligt onder een mat waarop een ledikant staat.
De gereformeerde familie neemt de meisjes op zondag mee naar de kerk. Daarna wordt thuis op het orgel gespeeld en worden geestelijke liederen gezongen. Thea schrijft later dat zij aanvankelijk moeite heeft met de woorden, maar na verloop van tijd graag meezingt, terwijl ze tegen zichzelf en God zegt dat ze het niet meent.
Bernard en Annie bezoeken hun dochters geregeld. In de voorkamer eten ze samen en kunnen de meisjes bij hun ouders op schoot zitten. Zodra het donker is, keren de ouders terug naar hun onderduikadres.
In de herfst van 1943 wordt Ida ziek en onder de naam Leida in een ziekenhuis in Zwolle opgenomen. Na negen weken mag zij naar huis. Enkele dagen daarvoor zijn Bernard en Annie opgepakt. Thea moet het nieuws aanvankelijk voor haar verzwakte zus verzwijgen. Later kunnen de meisjes hun hoop en angst met elkaar delen.
In 1944 verblijven meer onderduikers op de boerderij, onder wie Marietje Kleinman. Zij verhuist later naar Kees Bruynes aan de Groote Woldweg 35 in Oosterwolde. Wanneer Marietje tijdens een razzia wordt opgepakt, vreest de familie dat zij hun adres zal noemen. Thea, Ida en dochter Leida worden de weilanden ingestuurd en moeten wegblijven. Aan het einde van de middag blijkt Marietje bevrijd en is het gevaar geweken.
Thea verblijft in de zomer van 1944 enkele maanden bij een getrouwde dochter van de familie in Hendrik-Ido-Ambacht. Met Kerst keert zij per fiets terug naar Oldebroek.
Na de bevrijding op 19 april 1945 wachten Thea en Ida op hun ouders. Later horen ze dat Bernard en Annie in Auschwitz zijn vermoord. De meisjes blijven nog een jaar in Oldebroek en vertrekken eind juni 1946 naar familie in Amerika.
Bronnen
- Visser, A., ‘Oorlogs-jeugdherinneringen’ in: Oldebroek in Oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1995)
- Gerdy van der Lans, Etgreun. Verhalen van een Oldebroekse jeugd door Leida van der Lans-van de Streek (Hilversum 2017)
- Pijkeren, Gerard van, Verzet & Gezag. Een geschiedenis van Oldebroek in de Tweede Wereldoorlog (Ter Aar 2020)
