Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Oldebroek – Hogenbrinkweg 7 – H. Flier-Blaauw

Alfred en Eva Schnell-Jolowicz uit Amersfoort zijn vanaf begin 1943 bij weduwe Hendrikje-Flier en haar zoon Jan op Hogenbrinkweg 7 in Oldebroek ondergedoken. Het is hun tweede onderduikadres. In Amersfoort zijn ze eerst bij oud-Oldebroeker Jan Kanis ondergedoken. Hij brengt hen naar Oldebroek. Bij de Blaauws zijn de Schnells overdag in de boerderij en slapen ze ’s nachts in een hol onder de hooiberg.

Op 3 oktober 1944 is er een razzia in Oldebroek. Bij Hendrikje Blaauw lopen de Duitsers direct naar de hooiberg en arresteren Alfred en Eva. Ze zijn verraden. De commandant wil ook Jan meenemen, maar daar steekt zijn moeder een stokje voor. Ze pakt haar Bijbel en leest hem een tekst uit Jesaja voor: Verberg de verdrevenen, verraad de vluchtelingen niet. Daarna vertelt ze hem dat zij verantwoordelijk is voor de joden. De Duitser is door haar kordate optreden uit het veld geslagen en laat haar verder met rust.

In de directe omgeving worden ook de onderduikers Kees Bakker en Jacob Koorn, beiden afkomstig van Texel, en Albert Brouwer uit Meppel opgepakt. De mannen worden naar de boerderij van Hendrikje Blaauw gebracht. Ondertussen plunderen de overvallers de boerderij en slachten ze een varken. Dan meldt zich verzetsleider ds. Otto Veening. Hij probeert de gevangenen vrij te kopen. Dat mislukt. Jan Blaauw moet hen met paard en wagen naar het gebouw van de Sicherheitsdienst in Zwolle brengen. Diezelfde avond wordt ook Hans Koopal, die ondergedoken is geweest bij de zuster van Hendrikje Blaauw, naar dat gebouw gebracht. Hij is al eerder in Zwolle gearresteerd.

‘s Avond vermoorden de Duitsers de gevangenen in het park Het Engelse Werk. Drie maanden later worden de lijken ontdekt, ze worden gekist en overgebracht naar Westerbork. Daar worden ze opnieuw begraven. Een maand na de bevrijding wordt deze begraafplaats ontdekt. De stoffelijke resten van Kees Bakker, Jacob Koorn en Albert Brouwer zijn naar hun woonplaatsen overgebracht. Alfred en Eva Schnell en Hans Koopal krijgen hun laatste rustplaats op de gemeentelijke begraafplaats van Westerbork.

Bronnen:

  • Visser, A. (red.), ‘Waarom verborgen we onderduikers’ in: Oldebroek in oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1995)