Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Oldebroek – Feithenhofsweg 7 – A. Fidder

In februari 1943 duikt het Zwolse echtpaar Aron Keizer en Aaltje Keizer-Wallage onder bij Albert en Marrigje Fidder-Spijkerboer op Feithenhofsweg 7 in Oldebroek.

Aron Keizer trekt zich van de Duitse verordeningen niet zoveel aan. Op 3 september 1942 is hij door de Sicherheitspolitzei gearresteerd, omdat hij de regels betreffende ‘het optreden van joden in het openbaar’ heeft overtreden. Op 25 februari 1943 verzoekt de commissaris van rijks- en gemeentepolitie te Zwolle in het Algemeen Politieblad opsporing, aanhouding en voorgeleiding van Aron Keizer en Aaltje Keizer-Wallage. Zij zijn zonder vereiste vergunning uit Zwolle vertrokken. Met andere woorden: ze zijn ondergedoken. Het echtpaar heeft twee jonge kinderen. Waar die naar toe gebracht zijn is niet bekend.

De andere Zwolse echtparen die aan de Feithenhofsweg zijn ondergedoken, de Mülfelders en de Troostwijks, hebben geen contact met de Keizers. Buurjongen Henk van ’t Hul wel. Hij volgt het gymnasium in Zwolle en als hij aardrijkskundeles heeft mag hij van Keizer zijn leren aktetas lenen, om de grote Bosatlas in mee te nemen. De Keizers houden zich niet aan de regels die de Fidders met hen hebben afgesproken. Ze vertikken het om binnen te blijven en worden regelmatig op het matje geroepen. Aron pikt dat niet: hij dreigt joodse onderduikadressen te verraden als hij zijn zin niet krijgt. De spanning aan de Feithenhofsweg loopt op en de angst dat andere joodse onderduikers in Oldebroek gevaar lopen neemt toe. Ten einde raad neemt Albert Fidder contact op met de leiding van het verzet. Na veel wikken en wegen besluiten Otto Veening en Hendrik Boeve tot liquidatie van het echtpaar. De executie vindt plaats op de Doornspijker Heide. Hendrik Boeve zegt hierover na de oorlog: ‘Later ga je natuurlijk afvragen: was dat nu nodig geweest, was er echt geen andere oplossing? Maar dat is nakaarten. Toen de beslissing werd genomen was het noodweer. Honderden mensenlevens stonden op het spel’.

Boeve en Veening hebben na de oorlog de liquidatie voorgelegd aan de Politieke Opsporingsdienst in Harderwijk. Deze dienst is niet tot vervolging over gegaan.

De overlijdensdata van Aron Keizer en Aaltje Keizer-de Vries is justitieel bepaald op 29 februari 1944. Dit is op 13 februari in de Staatscourant gepubliceerd.

De beide dochtertjes van het echtpaar Keizer overleven de oorlog.

Bronnen:

  • Visser, A., ‘Contacten met de L.O. te Oldebroek’ en ‘Belevenissen met joodse onderduikers’ in: Oldebroek in oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1995)
  • Pijkeren, Gerard van, Verzet & Gezag. Een geschiedenis van Oldebroek in de Tweede Wereldoorlog (Raalte 2020)