Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Nunspeet – Potsgildewegje 14 – J. van Ede

De uit Amersfoort afkomstige Izak en Betje Hamburger-Rood duiken met hun jongste zoon Hans in oktober 1942 onder bij Jan en Marie van Ede op het Potsgildewegje 14, aan de rand van Nunspeet. Ze hebben valse persoonsbewijzen op naam van de familie Van Dijk uit Den Haag. De drie oudste kinderen: Hanna, Wim en Flora zijn al eerder ondergedoken. Zij verblijven onder meer in Het Verscholen Dorp in de bossen bij Vierhouten.

Izak en Betje krijgen bonnen van de Nunspeetse verzetsgroep Stevens en ook de familie Bakker-van Rheenen helpt hen. Izak werkt vaak in de tuin, Betje verhuurt zich regelmatig als naaister en Hans doet de boodschappen en haalt boeken uit de bibliotheek. Bakker Krol brengt een paar keer per week brood en vertelt over de berichten van de BBC. Bij een huiszoeking door Duitse soldaten verschuilen ze zich op de vliering van het huis en worden niet ontdekt.

In maart 1945 krijgen Izak en Betje bericht dat hun dochters Hanna en Flora en Bert Eckstein, de verloofde van Hanna, zijn gearresteerd. Ze zijn bang dat hun dochters bij folteringen het onderduikadres van hun ouders bij de Van Edes zullen verraden. Ze verhuizen in allerijl naar een huisje bij het spoor. Daar maken ze op 19 april de bevrijding van Nunspeet mee. Zoon Wim is na de ontdekking van Het Verscholen Dorp ondergedoken bij Hannes van de Berg aan de Klaterweg in Doornspijk. Hij overleeft de oorlog. Hanna, Flora en Bart overleven hun gevangenschap in kamp Amersfoort.

Bronnen:

  • Hans Hamburger in Nunspeet Vooruit van 4 mei 1994: ‘Een onderduik in Nunspeet. We leefden in grote harmonie’.
  • G. Jansen-Blaauw