Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Elburg – Westerwalstraat 33 – H. Westerink

Aan het begin van 1943 duikt Joop Cohen onder bij Hendrik Westerink en zijn zus Trijntje, Westerwalstraat 33. Daarvoor is hij een aantal maanden ondergedoken geweest bij zijn vriend Cozijn van den Pol, Bas Backerlaan 8.

Joop is in augustus 1942, na een oproep, op de bus gestapt om zich te melden bij het Arbeidsbureau in Zwolle, voor tewerkstelling in het joodse werkkamp in Sintjohannesga in Friesland. Vervolgens is hij in Wezep weer uitgestapt en terug naar Elburg gegaan. Eerst slaapt hij enkele nachten bij Barend Bosman in de Schapesteeg, maar al snel duikt hij onder bij zijn vriend Cozijn van den Pol. Als het daar te gevaarlijk wordt duikt hij onder bij Hendrik en Trijntje. Vanuit dit onderduikadres kijkt Joop uit op zijn eigen slagerij.

Joop verblijft veel op zolder in een kleine slaapkamer. Af en toe gaat hij ’s avond als het donker is bij enkele betrouwbare Elburgers op bezoek. Zo glipt hij via de achterdeur regelmatig bij bakker Jan Westerink naar binnen om een praatje te maken en de rookwaren op te halen die Westerink voor hem koopt.

In september 1944 duikt bij Hendrik en Trijntje ook de Amsterdamse jongeman Maup Winnik onder. Hij is in maart 1943 ondergedoken bij de familie Spronk aan de Zuiderzeestraatweg in Oldebroek. Omdat het daar te gevaarlijk wordt, haalt de Elburgse wijkzuster Deliana Verhoef hem op en brengt hem naar de familie Nicolaas Westerink op Westerwalstraat 35, de buren van Hendrik en Trijntje. Nicolaas moet in september 1944 evacués uit Arnhem in huis nemen en dat geeft spanningen met hun onderduiker. Maup wordt naar de buren gebracht en verblijft bij Joop op het zolderkamertje. Maup gaat na vier weken weer terug naar Nicolaas Westerink omdat de evacués elders zijn ondergebracht.

Joop Cohen overleeft de oorlog en wordt veehandelaar. In Elburg zijn niet voldoende joodse mannen meer om op sjabbat in de synagoge een dienst te houden. In 1947 wordt de Joodse Gemeente van Elburg ontbonden. De overgebleven Elburgse joden worden ingeschreven bij de joodse gemeente van Apeldoorn. Het interieur van de synagoge verhuist naar Winterswijk. De gemeente Elburg koopt het gebouw en neemt de zorg voor de joodse begraafplaats op zich. Op latere leeftijd bezoekt Joop regelmatig synagogediensten in Zwolle.

Bronnen:

  • Norel, Willem van, Joods leven in Elburg (Wezep 2014)