Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Elburg – Schapesteeg 10 – Consultatiebureau Groene Kruis, wijkzuster Deliana Verhoef

In de Tweede Wereldoorlog functioneert het consultatiebureau van het Groene Kruis, Schapesteeg 10 te Elburg, als noodopvang voor onderduikers. Wijkzuster Deliana Verhoef ontfermt zich over hen.

Deliana is vaak op pad om patiënten te verzorgen. ’s Avonds is ze meestal nog een paar uur in het consultatiebureau. Elburgers weten dat en komen soms nog even voor een verband of een advies. Op een avond staat onverwachts verzetsman Jacob Deetman aan de deur. Zonder overleg duwt hij twee joden naar binnen die een veilige slaapplaats zoeken. Als vanzelfsprekend ontfermt Deliana zich over hen. Vanaf dat moment wordt er door Deetman vaker een beroep op haar gedaan.

Deliana Verhoef wordt vooral ingeschakeld bij het tijdelijk opvangen van onderduikers in de gebouwen van het Groene Kruis, het zoeken van geschikte onderduikadressen, het overbrengen van onderduikers naar nieuwe adressen, het brengen van bonkaarten naar onderduikers en het bezorgen van post van en aan onderduikers. Ze heeft van de Duitsers een verklaring gekregen dat ze ook na spertijd op straat mag zijn om patiënten te bezoeken. Daar maakt ze voor haar illegale activiteiten veelvuldig gebruik van.

Op een avond komt Jacob Deetman met vier joodse onderduikers: een ouder echtpaar en een man met een meisje. Hij is dringend op zoek naar onderduikadressen en vraagt Deliana om hulp. Het consultatiebureau is niet geschikt voor een langer verblijf, dus neemt Deliana hen mee naar het magazijn van het Groene Kruis op de hoek Kapelsteeg/ Bloemsteeg (tegenwoordig onderdeel van het Feithenhof). Daar kunnen ze wel een langere periode blijven. De drie volwassenen krijgen na enkele weken een nieuwe onderduikplek. Het meisje blijft drie maanden.

Op 6 juli 1944 brengt dokter Gerritsen de 13-jarige Freddy Lazarus naar het consultatiebureau. Hij is in Oosterwolde ontsnapt tijdens een razzia en moet een nieuw onderduikadres. Deliana brengt de jongen bij de familie Nicolaas Westerink Westerwalstraat 35. Ze heeft geen tijd om uitleg te geven en vertrouwd erop dat Freddy bij hen veilig is. Diezelfde zomer komt de vraag uit Oldebroek of zij een onderduikadres heeft voor de 17-jarige Maup Winnik. Ze haalt hem op en brengt hem ook naar Nicolaas Westerink. Niet lang daarna vraagt men of ze ook voor de 8-jarige Martijn van Dam een onderduikadres weet. Ze brengt hem bij Jacob Westerink Beekstraat 14. In december 1944 krijgt ze het verzoek om een onderduikadres te zoeken voor Maud en Rita Peper. Ze fietst direct naar de familie Jacob Westerink Beekstraat 3 om hen te polsen. De familie gaat akkoord en diezelfde avond duiken de meisjes bij Westerink onder.

Deliana Verhoef gaat regelmatig bij de onderduikers langs om te kijken of het goed met hen gaat.

Bronnen:

  • D. Meurs-Deetman
  • J. Corbeek-Deetman
  • Visser, A. (red.), Oldebroek in oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1994)