Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Elburg – Beekstraat 3 – J. Westerink

Op 27 december 1944 duiken Maud en Rita Peper uit Amersfoort onder bij Jacob Westerink en Henriëtte Westerink-Ipenburg op Beekstraat 3 te Elburg. Wijkzuster Deliana Verhoef heeft het echtpaar die morgen voorzichtig gepolst of ze het aandurven om twee joodse meisjes in huis te nemen. Er is in Oldebroek, waar de meisjes twee jaar ondergedoken zijn geweest bij de familie Spronk, sprake van een noodsituatie. Ze moeten daar weg. De familie Westerink reageert positief en diezelfde avond worden de zusjes Peper bij hen gebracht. In Oldebroek werden ze Margje en Rika Spronk genoemd, in Elburg wordt het Marrie en Rika Hogendoorn. Ze gaan door voor evacués uit Arnhem, waarvan er op dat moment zo’n negenhonderd in Elburg verblijven.

Marrie en Rika gaan graag boodschappen doen en wandelen ook vaak met Jo Westerink, de dochter des huizes. Jo vertelt in 2012: ‘Ik liep wel eens met de meisjes op straat. Op een keer kregen Marrie en Rika ruzie. Dat was in de Zuiderkerkstraat ter hoogte van de burgemeesterswoning. Daar zat op dat moment de S.D., de Sicherheits Dienst, ingekwartierd. Marrie en Rika riepen “rot jodin” tegen elkaar. Toen ben ik wel erg geschrokken, maar het is gelukkig goed afgelopen.’

Jo neemt de meisjes ook regelmatig mee naar de familie Timmer-de Gunst op Vischpoortstraat 27. Daar is een Arnhems echtpaar in huis. Jo merkt dat het echtpaar opvallend veel belangstelling heeft voor Marrie en Rika. Twijfelen ze aan hun identiteit? Na de bevrijding vertellen ze waarom ze belangstelling hadden voor de meisjes. Hun echte namen zijn Levie en Debora Barnstijn-Klein. Ze komen ook uit Amersfoort en waren in Arnhem ondergedoken. In de herfst van 1944 waren met de grote stroom evacués meegereisd. Ze zijn goede bekenden van de familie Peper en hadden de meisjes herkend.

Maud en Rita Peper overleven de oorlog in Elburg. Jo Westerink brengt hen enkele weken later per fiets naar Jacoba Spronk in Oldebroek. Daar worden ze opgehaald door hun ouders. In 1950 emigreert de familie Peper naar Amerika.

Bronnen:

  • Norel, W. van, Joods leven in Elburg (Wezep 1994)
  • Visser, A.(red.), ‘Hoe Moop Winnik de oorlog overleefde’ en ‘Waarom verborgen we onderduikers’ in: Oldebroek in oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1995)
  • Stolpersteine Dordrecht: ‘Wolf Peper, de onbekende, vermoorde eigenaar van Dordtse stationskiosk.
  • Centraal Registratiebureau voor Joden, supplement A2, Collectie United Holocaust Memorial Museum (Dutch Survivor Lists) te Washington