Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Nunspeet – Gerard Vethlaan 15

Begin november 1944 duikt fabrikant Berthold Isidor van Esso met zijn vrouw Louise Roozendaal onder op Gerard Vethlaan 15 in Nunspeet. Ze komen uit Het Verscholen Dorp in de bossen bij Vierhouten. Bij de ontdekking van dit dorp, op 29 oktober, zijn ze gevlucht en enkele dagen later naar het onderduikadres in Nunspeet gebracht. Ze zijn in het bezit van valse persoonsbewijzen. Berthold op naam van Huibert de Jonge en Louise op naam van Isabella de Wit. Bertholds neef Louis Gast en zijn vrouw Bertha Muller zijn ondergedoken op Boterdijk 29 in Huize Keizershof. Ze zien elkaar regelmatig.

Op 11 april 1945 vindt Jan Willem Jansen in het Berkenlaantje te Nunspeet een pak met ƒ10.500, enkele brieven en twee persoonsbewijzen. Op advies van een voorbijganger brengt hij zijn vondst naar de marechausseekazerne. De aanwezige agent verstopt de brieven, omdat ze voor het verzet gevaarlijk kunnen zijn. Het geld en de persoonsbewijzen komen in handen van groepscommandant Karst Doeven, een beruchte jodenjager. Afgaande op de foto’s vermoedt Doeven dat de persoonsbewijzen wel eens van joden zouden kunnen zijn. Hij gaat onmiddellijk op pad en komt op de Molijnlaan personen tegen die hij van de foto’s herkend: Louis Gast en het echtpaar Van Esso. Hij arresteert hen en neemt hen mee naar de marechausseekazerne. Bij fouillering wordt bij Louise ƒ 2000.- gevonden en ook Berthold heeft ƒ2000.- bij zich. Doeven ziet als snel dat de persoonsbewijzen van zijn arrestanten vals zijn. Tijdens het verhoor door Ortskommandant Leonard G. Beck bekennen Gast en Esso dat ze joden zijn. Louise blijft ontkennen. De Duitsers vermoeden dat ze een verzetsstrijdster is.

De Duitsers in de marechausseekazerne staan op 11 april op het punt om Nunspeet te verlaten. Na de bekentenissen van Gast en Esso zit Ortskommandant Leonard G. Beck met een probleem: ze mogen volgens instructie van Himmler bij terugtrekking geen vijanden achterlaten. De Sicherheitsdienst wordt ingeschakeld. SD-Unterstürmführer Paul Hardegen concludeert dat de arrestanten terroristen zijn en dat ze gedood moeten worden. Luitenant Albin A. Schwarze weigert Louise te doden. Dat wordt geaccepteerd. Op de avond van 13 april rijdt Schwarze, vergezeld door enkele collega’s met Gast en Van Esso naar de haven van Elburg. Met vier kogels worden ze door hem vermoord. ‘Befehl ist Befehl’.

De volgende dag worden de lijken gevonden en naar de begraafplaats van Elburg gebracht. Daar worden ze door Nunspeetse verzetsmensen geïdentificeerd. Vervolgen zijn ze in Elburg begraven.

Louise wordt midden in de nacht van 11 op 12 april opgehaald om naar kamp Amersfoort te worden gebracht. Eerst rijden ze naar Vierhouten om daar nog een arrestant op te halen. Louise wordt in Vierhouten bij majoor Wenniger gebracht en door hem nogmaals verhoord. Hij gelast haar zich helemaal uit te kleden, omdat hij wil controleren of ze inderdaad geen papieren bij zich heeft. Na fouillering mag ze zich weer aankleden en beschuldigt hij haar van het leggen van landmijnen. Vervolgens wordt ze mishandeld. Wenniger belt kamp Amersfoort en verzoekt of Louise bij hem mag blijven. Dat wordt geweigerd. Vanwege een haperende motor gaat het transport terug naar de kazerne in Nunspeet. De volgende dag wordt Louise naar kamp Amersfoort overgebracht. Daar overleeft zij de oorlog. Ze gaat zo snel mogelijk terug naar Nunspeet om haar man te zoeken. In Nunspeet wordt ze op de hoogte gebracht van de moord op haar man en zijn neef bij de haven van Elburg.

Na de oorlog is Berthold Isidor van Esso herbegraven op het Ereveld in Loenen. Louis Gast op de Israëlitische Begraafplaats in Amersfoort. Naast hem wordt zijn enige zoon Davy Albert herbegraven. Davy is in juni 1944 in Lienden vermoord.

Het Bijzonder Gerechtshof te Arnhem veroordeelt Ortskammandant Leonard G. Beck en zijn assistent Albin A. Schwarze in 1948 tot acht jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest. Van de SD-er Paul Hardegen is niet bekend of hij voor een rechtbank is gebracht. Jodenjager Karst Doeven is in 1947 veroordeeld tot vijftien jaar gevangenisstraf, met aftrek van voorarrest.

Bronnen:

  • Zwaan, Hans, ‘De moord op Berthold van Esso en Louis Gast’, in Tijdschrift Oud Meppel, maart 2015
  • Zwaan, Hans, ‘De nasleep van de moord op Van Esso en Gast’, in Tijdschrift Oud Meppel, juni 2015