Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Elburg – Molenweg 11- H. Zoet

Eind oktober 1944 duikt Sara Jacobs-Sluijs onder bij Helmig en Lubbigje Zoet-Tempelman, Molenweg 11 te Elburg.

Sara is afkomstig uit Amsterdam. In 1939 krijgt haar man Mozes Jacobs een aanstelling als gymnastiekleraar bij de Arbeiders Jeugdcentrale in Vierhouten. Ze hebben dan twee dochters: Carla en Enny. In 1941 is Mozes niet van plan om zijn gezin als joods te laten registreren, maar de enige andere jood in hun woonplaats had dat al voor hem gedaan. Het kon niet meer ongedaan worden gemaakt. In dat jaar krijgt Mozes ontslag omdat hij van joodse komaf is en verhuist hij met zijn gezin naar Hulshorst. Daar wordt in 1942 dochter Henriëtte geboren.

Netty Sluijs, de ongetrouwde zus van Sara, komt bij hen wonen. Mozes is actief in het verzet en wordt in april 1943 gearresteerd. Sara, Netty en de kinderen zijn dan al ondergedoken.

In mei 1943 duikt Carla onder op ’t Harde bij de familie Spaan, Enny in Oldebroek bij de familie Boeve, Henriëtte in Zwolle en Sara en Netty in Het Verscholen Dorp bij Vierhouten.

Carla komt enkele keren vanaf ’t Harde per fiets bij Sara en Netty op bezoek. Op 29 oktober 1944 wordt Het Verscholen Dorp ontdekt. Sara en Netty vluchten naar de familie Bakker in Nunspeet. Enkele dagen later krijgen beiden een onderduikadres in Elburg.

Op 11 december 1944 duikt ook Carla onder bij de familie Zoet. De dag daarvoor zijn Eibert Spaan en zijn zoon Willem door de Duitsers opgepakt na een inval bij Herman Bouw op de Haere. De familie Spaan is bang voor een huiszoeking en Carla wordt in allerijl naar haar moeder in Elburg gebracht.

Op 19 april wordt Elburg bevrijd. Sara’s dochter Enny komt lopend vanuit Oldebroek naar Elburg om de bevrijding te vieren met haar moeder en zus. Sara gaat zo snel mogelijk naar haar jongste dochter Henriëtte in Zwolle. Het meisje was pas negen maanden toen ze onderdook. Ze huilde onbedaarlijk toen haar moeder haar achterliet. Haar pleegmoeder zat drie dagen bij haar in de box om haar tot bedaren te brengen. Als Sara in 1945 haar komt ophalen is het omgekeerd: ze is een vreemde voor haar dochtertje. Sara blijft twee weken in het pleeggezin om Henriëtte aan haar te laten wennen. Bij het afscheid huilt iedereen: Sara, Henriëtte en het gastgezin. Het is hartverscheurend.

Carla gaat na de bevrijding weer terug naar de familie Spaan op ’t Harde. Ze blijft de hele zomer bij hen.

Mozes Jacobs is op 9 juli 1943 vermoord in Sobibor. Het officiële overlijdensbericht komt in de vorm van een aanmaning: de familie moet successierechten betalen over wat ze van hem geërfd hebben!

Bronnen:

  • Oudheidkundige Vereniging Arent thoe Boecop, Oorlogsherinneringen uit Elburg, Ermelo, 1995.
  • Reformatorisch Dagblad, Joods meisje overleefde oorlog op onderduikadres in ’t Harde. 5 mei 2011
  • Thijssen, Jeroen, Het verscholen dorp. Ondergronds op de Veluwe 1943-1944 (Amsterdam 2020)