Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Doornspijk – Veldweg 48 – Soppenhof – G. van Zeeburg-den Besten

Op het Soppenhof aan de Veldweg te Doornspijk staan twee boerderijen op een terp. In de oorlog woont in de eerste boerderij weduwe Gerrigje van Zeeburg-den Besten met vier kinderen: Beert, Harmpje, Cor en Jantje.

Bij Gerrigje van Zeeburg, op Veldweg 48, duiken in oktober 1942 vijf joden onder: Sara Kreisberg en haar zoon Isebert, en Dora Kahn-Weijl, met haar zoon Robert en haar dochter Rose-Mary. Vader Jacob Kreisberg en zoon Alfred zijn opgepakt en naar kampen in Duitsland gedeporteerd. Vader René Kahn is mede-eigenaar van het beroemde modehuis Hirsch in Amsterdam. Hij is door de Duitsers gearresteerd en naar kamp Westerbork gestuurd. Via een list kan hij ontsnappen. Een schillenboer heeft hem verstopt onder een lading schillen. Ook hij duikt onder bij de familie Van Zeeburg.

De beide families wonen in de grote voorkamer. Boven de besteden zijn schuilplekken gemaakt. De Duitsers hebben een aantal malen een huiszoeking gedaan, maar ontdekken de onderduikers niet. Een inkwartiering van Duitsers wordt door de Van Zeeburgs met succes tegen gehouden. Ze vertellen dat hun veestapel aan een besmettelijke ziekte lijdt.

De Doornspijker huisarts D.J. Bruins is op de hoogte van het verblijf van de joden bij de Van Zeeburgs. Hij komt een aantal keren naar Soppenhof om Rose-Mary te behandelen voor acute reuma, mond-en-klauwzeer en nierbekkenontsteking. Ook de plaatselijke bibliothecaresse vermoedt dat er op het Soppenhof ‘gasten’ zijn: Beert van Zeeburg leent een geheel ander genre boeken dan hij gewoonlijk doet.

Alle onderduikers overleven de oorlog.

De dag na de bevrijding merkt de familie Van Zeeburg dat ze nog meer onderduikers herbergen: vier Duitse soldaten die zich willen overgeven aan de Canadezen. Ze vertrouwen de verzetsmensen niet en zijn bang doodgeschoten te worden. De Canadezen worden gewaarschuwd en omsingelen de boerderij. Tot hun verbazing zien ze de Duitsers op een bankje voor de boerderij zitten. Weduwe Van Zeeburg heeft de hongerige soldaten eten gegeven.

Jacob en Alfred Kreisberg zijn vermoord in Duitse kampen. Jacob is tewerkgesteld in het dwangarbeiderskamp Gleiwitz, een buitenkamp van Auchswitz-Birkenau. In maart 1945 worden de dwangarbeiders uit dit kamp, onder erbarmelijke omstandigheden, overgebracht naar Kamp Sachsenhausen bij Oranienburg in het noorden van Duitsland. Op 31 maart sterft hij van uitputting. Zoon Alfred is op 20 september 1941 vermoord in kamp Mauthausen.

De familie Kahn schenkt na de oorlog aan de familie van Zeeburg een fraaie koets. Ook de Gereformeerde Kerk van Doornspijk krijgt een schenking. De kerkklok is door de Duitsers geroofd en de familie Kahn doneert voor de nieuwe klok vijfhonderd gulden.

In de tweede boerderij op Soppenhof woont weduwe Jantje van de Brake-Prins met acht kinderen. Zij heeft, voor kortere of langere tijd, ook meerdere onderduikers in huis. In 1943 duikt Wim Postma uit het Groningse Leek bij haar onder. Hij is met verlof van een tewerkstelling in Duitsland en weigert om terug te gaan.

Na Operatie Market Garden, september 1944, duikt een aantal vissers uit Elburg bij de weduwe Van de Brake onder. De gehele vissersvloot is door de Duitsers gevorderd en van de vissers wordt verwacht dat ze hun schuiten naar Stavoren varen. Dat weigeren ze massaal.

Zoon Hannes is actief bij verzetsgroep Old Putten. Op 10 november 1944 trouwt zijn zus Engel met Bernard Companjen. Het feest moet op tijd afgelopen zijn in verband met de spertijd. Tot verbazing van de familie komt Hannes met twee extra gasten: de geallieerde piloten Jack Craven en Eric Blakmore. Ze zijn al op verschillende adressen ondergedoken geweest: onder meer in Het Verscholen Dorp, in het Rijkswerkkamp op ’t Harde en in een hol in de grond bij de weduwe Bakker-van Essen op ’t Harde. In afwachting van een ontsnapping over de Rijn heeft Hannes hen meegenomen naar huis.

De boerderij is soms overvol: regelmatig slapen meerdere verzetsmensen op de hooizolder, omdat ze bang zijn door de Duitsers opgepakt te worden. Ze roken sigaretten van zelf verbouwde tabaksplanten en luisteren samen naar Radio Oranje.

Bronnen:

  • Prins, Marcel en Peter Henk Steenhuis, Andere achterhuizen. Verhalen van Joodse onderduikers (Amsterdam 2010)
  • Visser, A. (red.) Oldebroek in Oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1995)
  • Weyel, Ivo, Oorlogszoon (Amsterdam 2018)
  • Holocaust-archief Bad Arolson
  • Digitaal Joods Monument
  • A. van Zeeburg