Educatiemedewerker van Museum Sjoel Elburg Jetse Kuipers hield een toespraak bij de Holocaustherdenking in Elburg. Hij benadrukte het belang van Holocaustonderwijs. ‘Opdat wij niet zullen vergeten: nooit meer Auschwitz! Dat kan door er samen over te spreken, door erover te lezen en door onderwijs.’ Hieronder is zijn toespraak te lezen.
In 1750 schreef een zekere Halifax al: ‘Onderwijs is hetgeen overblijft als al andere vergeten is.’ Albert Einstein (1879-1955) zei honderd jaar geleden: ‘Onderwijs is niet het leren van feiten, maar het trainen van de geest om te denken.’ Ik wil jullie iets vertellen uit mijn persoonlijk leven. Ik heb de Tweede Wereldoorlog niet zelf meegemaakt, heb ook nooit gehoord dat er familieleden zijn omgekomen.
‘Ausweis’
Er werd thuis weinig over de oorlog gesproken. Soms kwam er weleens iets ter sprake als mijn ouders visite hadden. Mijn familie woonde in Friesland en daar was het betrekkelijk rustig geweest. Mijn vader had de eerste jaren van de oorlog een ‘Ausweis’, waarop stond dat hij was vrijgesteld van arbeidsdienst voor de Duitsers. In 1944 werd hij alsnog opgeroepen, maar daaraan gaf hij geen gehoor. Het gevolg was wel dat hij zo nu en dan samen met mijn opa, die als timmerman werkte en ook niet voor de Duitsers wilde werken, onder de vloer van een pakhuis verstopt zat tot de kust weer veilig was.
Koerierswerk
Mijn moeder deed zo nu en dan koerierswerk. Zij werkte als dienstmeisje bij huisarts Bearda Bakker. Hij zat in Leeuwarden in het verzet en heeft meegedaan aan de ‘Overval op de Blokhuispoort’, de strafgevangenis van Leeuwarden waar een aantal verzetsmensen gevangen zat. Over deze geslaagde overval is later een boek geschreven en er is een film over gemaakt. Omdat huisartsen toen nog vaak een apotheek aan huis hadden, werd mijn moeder er weleens op uit gestuurd om zogenaamd medicijnen weg te brengen. Gelukkig is het altijd goed gegaan.
Dat gold niet voor de Joodse gemeenschap van Leeuwarden: van de 665 die er in 1940 woonden overleefden slechts 55 de oorlog.
Reis met Auschwitz Comité
In 2011 ging ik samen met twee andere Elburgers mee met een door het Auschwitz Comité georganiseerde reis naar Polen om daar de concentratiekampen te bezoeken. We bezochten eerst Auschwitz I.
Onder leiding van een gids liepen we door de poort met het opschrift ‘Arbeit macht frei’. Auschwitz I was voor de oorlog een kazerne met vele legeringsgebouwen. Wat ook opviel waren alle prikkeldraadversperringen. Auschwitz I was het grootste kamp, daar zijn 1 miljoen Joden vermoord, van wie 60.000 uit Nederland. De legeringsgebouwen zijn nu grotendeels als ‘museum’ ingericht, er is ook een Nederlands paviljoen. Daar hing in een vitrine zelfs een foto van onze Joodse begraafplaats, waarschijnlijk afkomstig uit de bagage van een gevangene. De tentoonstellingszalen kwamen enorm binnen. Enorme vitrines gevuld met wat er van de gevangenen afgenomen was: bergen schoenen, stapels brillen, potten en pannen, koffers, scheerkwasten, protheses, zelfs haarvlechten. De schreeuw van miljoenen stemmen die in één klap waren uitgedoofd. Het maakte allemaal diepe indruk. Verderop de zalen met rijen bedden, rijen wasbakken, rijen WC-potten. Ook een executiemuur en een galg. Barak na barak krijgen we de feiten te zien en horen van wat er is gebeurd. Het is niet te bevatten.
In het Nederlands Paviljoen hebben we bij de namenwand een herdenking gehouden. Daar werden de namen van de Elburger Joden gelezen en sprak de rabbijn het Jizkorgebed.
Auschwitz II
De dag daarna ging we naar Auschwitz-Birkenau (ook wel Auschwitz II genoemd). Auschwitz-Birkenau was een vernietigingskamp. Het is dit kamp waaraan de meeste mensen denken bij het horen van de naam ‘Auschwitz'. De bouw van het kamp begon in 1941 als onderdeel van de Endlösung der Judenfrage. De grootschalige vernietiging van de Europese Joden, de Holocaust, begon in het voorjaar van 1942. Het kamp werd op 1 maart 1942 geopend.
Naast Joden, Sinti en Roma werden hier ook veel andere burgers uit de toen bezette gebieden gevangen gezet, gemarteld en gedood. We zagen de rails, een spoorwegwagon en de gaskamers, die aan het eind van de oorlog vernietigd zijn, evenals de meeste barakken. Bij het Nederlandse monument legden we bloemen en zei de rabbijn het Jizkor. Het opschrift van het monument luidde: ‘Laat deze plaats eeuwig een kreet van wanhoop zijn en een waarschuwing aan de mensheid.’
Majdanek, Sobibor
Tijdens deze reis bezochten we ook Majdanek, een verschrikkelijk kamp, vlak bij de stad Lublin. Bijna alle barakken staan er nog, evenals de executieplaats en de enorme asheuvel, die als monument de aandacht trekt. De voormalige inwoners van Lublin moeten dagelijks de rookpluimen van het crematorium hebben gezien en geroken.
Als laatste kamp bezochten we Sobibor. Daar zijn ongeveer 170.000 Joden uit heel Europa omgebracht. Ruim 33.000 van hen kwamen uit Nederland. Nog geen vijftig gevangenen hebben de oorlog overleefd. De meesten van hen ontsnapten tijdens de opstand die op 14 oktober 1943 uitbrak. Vanuit Nederland (ook Elburg) gaan ieder jaar een aantal leerlingen van het voortgezet onderwijs naar Sobibor. Een indrukwekkende reis naar the middle of nowhere. Totale verlatenheid, je hoort er zelfs geen vogel. Ook daar een enorme asheuvel. En de zogenaamde Himmelfahrtstrasse. We stonden even stil bij een steentje met de naam Rachèl. Zij was de vrouw van Jules Schelvis, die de kampen heeft overleefd. Ook in Elburg heeft hij zijn levensverhaal verteld en er was in Museum Sjoel Elburg de expositie ‘Er reed een trein naar Sobibor’. En heb je de afgelopen weken de TV-serie ‘Echo’s van Sobibor’ gezien?
Herdenken
Herdenken is goed, laten we doorgaan met het noemen van de namen, zodat zij niet vergeten worden, en laten we een steentje leggen als symbool dat er aan hen gedacht wordt. Vorig jaar eind januari waren we ’s nachts met een aantal mensen in Westerbork om namen te lezen. Ieder van ons zo’n 140 namen, de oudste die ik mocht noemen was 91 jaar, de jongste 3 maanden. Ook dat was indrukwekkend. Vijf dagen lang werd er dag en nacht gelezen.
Dat namenlezen deden we afgelopen november in Mechelen (België) Ook dat was weer een heftige dag. We zagen hoe gruwelijk een oorlog kan zijn. Afschuwelijk en mensonterend. We zagen de gevangeniscellen, de appèlplaats en de folterkamer. Met mijn stem gaf ik de naam van Joseph FEIG terug op de plek waar die werd afgenomen. Hij was nog maar drie jaar en zou zijn verjaardag gevierd hebben op dezelfde dag waarop ik mijn verjaardag vier.
Amsterdam
Gisteren bezocht een aantal mensen uit Elburg weer de Nationale Holocaust Herdenking in Amsterdam. Daar, bij het monument ‘Nooit meer Auschwitz’ (Jan Wolkers), herdachten we weer de Joodse slachtoffers en de Sinti en de Roma. De zes gebroken spiegels symboliseren de zes miljoen Joden die tijdens de Shoah omkwamen. Als je in de spiegels kijkt dan zie je een gebroken hemel. Een paar jaar geleden noemde Jacques Grishaver de regendruppels die vielen ‘tranen uit de hemel’. Hij kreeg het ook voor elkaar dat er in Amsterdam een namenwand kwam met 102.000 namen van mensen die nooit een graf kregen.
Je zou zeggen, de mensen hebben wel wat geleerd van de geschiedenis. Waarom zou je een mens met een andere huidskleur, een ander ras, een ander geloof discrimineren? Waarom is een ander minder waard en mag je daar de baas over spelen, denk ook aan het slavernijverleden. Wie geeft je het recht om je meer te voelen dan een ander?
Soms hoor je het op straat: ‘Kankerjoden!’ Of er wordt in een stadion waarin Ajax speelt gezongen over ‘Superjoden’. Het woord ‘Joden’ is voor sommigen een scheldwoord geworden. Op de één of andere manier zijn Joden vaak het slachtoffer van haat. We noemen dat ‘antisemitisme’, een ander woord voor ‘Jodenhaat’.
Haat
Door de hele wereldgeschiedenis heen zijn veel volken het slachtoffer geweest van haat en discriminatie. Het Joodse volk valt daarbij op; zij zijn al duizenden jaren lang voortdurend het slachtoffer van een onverklaarbare haat. Dat begon al in de tijd van de Bijbel. Denk aan de verhalen over de Egyptenaren in de tijd van Mozes, de Perzische minister Haman, en de Romeinen uit de tijd van Jezus. Ook vandaag is Jodenhaat helaas nog steeds actueel. Maar onze Joodse medemensen zijn toch gewoon Nederlander, ze wonen al eeuwen in ons land. Laten wij solidair zijn met een kleine en kwetsbare gemeenschap.
Antisemitisme
Antisemitisme komt voort uit het idee dat dit hele volk dezelfde negatieve eigenschappen zou hebben. Joden zouden een grote neus hebben, onbetrouwbaar zijn, niet eerlijk zijn, enzovoort. Deze verkeerde ideeën geven mensen aan elkaar door, door opvoeding of gesprekken tussen leeftijdsgenoten. En vergeet de sociale media en AI niet.
Nog een paar voorbeelden uit de afgelopen jaren:
- Joodse mensen die in metro en tram worden bespuugd
- Joodse kinderen die niet meer zonder beveiliging naar school kunnen
- De jacht op de Maccabifans, een georganiseerde Jodenjacht met meerdere slachtoffers.
- De belediging van Holocaustoverlevenden bij de opening van het Nationaal Holocaustmuseum
- De boycot van het Chanoekaconcert in het Concertgebouw. Dit had niets te maken met kunst, maar had alles te maken met de Israëlisch-Joodse chazan (Shai) Abramson, die in het Israëlisch leger zijn dienstplicht heeft vervuld
- Recent: de aanslag op strand Bondi Beach in Australië
Tot slot: De Tweede Wereldoorlog is nu ruim tachtig jaar geleden. Het is een levend verleden, nog steeds niet afgesloten. De littekens zijn nog steeds voelbaar. Laten we er een punt van maken dat antisemitisme moet worden bestreden. Dat kan door er samen over te spreken, door er over te lezen en door onderwijs. Opdat wij niet zullen vergeten: nooit meer Auschwitz!
Jetse Kuipers is lid van de werkgroep educatie van Museum Sjoel Elburg en hield deze lezing tijdens de vijfde achtereenvolgende Holocaustherdenking in Elburg, bij de Joodse begraafplaats op de Oosterwal, maandag 26 januari 2026.









