Van 11 april tot en met 12 september 2026 presenteert Museum Sjoel Elburg de tentoonstelling ‘Appie Drielsma – plastisch versus constructief’ met werk van een groot kunstenaar voor wie herinnering geen abstract begrip was, maar een doorleefde werkelijkheid.
Geboren op 3 november 1937 in Maastricht, in een Joods slagersgezin, werd Drielsma als kind geconfronteerd met vervolging en onderduik. Hij overleefde de oorlog, maar een groot deel van zijn familie niet – evenals het merendeel van de circa vijfhonderd Joodse inwoners die Maastricht vóór 1940 kende. Deze breuklijn in zijn jeugd werd als het ware de stille onderstroom van zijn gehele oeuvre.
Onder de naam Appie – voluit Albert – droeg hij zijn geschiedenis niet als last, maar als opdracht. Na de oorlog studeerde hij aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daar ontwikkelde hij zich tot beeldhouwer, met een scherp gevoel voor vorm, verstilling en symboliek. Zijn monumenten zijn geen illustraties van geschiedenis, maar ruimtelijke gebaren van herinnering — tekens in het landschap die fluisteren: dit mag nooit meer gebeuren. Een belangrijk signaal naar generaties van nu en van de toekomst.
Achtergrond
Zijn Joodse achtergrond ging een grotere rol spelen medio de jaren tachtig van de vorige eeuw. In tal van zijn sculpturen gaf Appie Drielsma uitdrukking aan verlies en voortbestaan. Soms verwerkte hij, bijna onzichtbaar, de namen van vermoorde familieleden in zijn werk — alsof hij hen in het materiaal borg. Schweitzers persoonlijk credo ‘Ik ben leven dat leven wil, te midden van leven dat leven wil’ werd zijn adagium.
Voor het concentratiekamp Mauthausen vervaardigde Drielsma een herdenkingsmonument (1986) met een intense zeggingskracht: twaalf met elkaar verbonden zuilen, drie meter hoog. Over een lengte van tien meter vormen ze een onderbroken levenslijn. Aan de binnenzijde van de granieten kolossen bevinden zich de bronzen lijsten met de namen van de 1786 vermoorde Nederlanders. Dit monument staat voor een specifieke lijn in zijn artistieke oeuvre: de constructieve beelden.
Twee lijnen
De titel van deze expositie luidt ‘plastisch versus constructief’ en die twee lijnen zijn karakteristiek voor zijn hele oeuvre. Ze konden ook naast elkaar bestaan en soms raken die schijnbaar tegenstelde lijnen elkaar, zoals in de poorten voor de synagoge van Meerssen.
Al schetsend werkte Drielsma toe naar een monumentaal ontwerp ― hij modelleerde net zo lang de vormen tot die de essentie weergaven van wat hij wilde zeggen. Het in 1986 onthulde Haags Verzets- en Bevrijdingsmonument 1940-1945 is daarvan een goed voorbeeld. Hoewel in de opdracht om een obelisk was gevraagd, koos Drielsma voor een andere vorm. Met basaltblokken bouwde hij een golvende dijk die symbool staat voor het verzet. Daarop plaatste hij vier hoge en vier kortere vierkante zuilen allemaal van strak gepolijst, zwartgrijs Portugees graniet. Drielsma selecteerde dit materiaal vanwege de hardheid en de krachtige, onbuigzame uitstraling. Op de zuilen heeft hij in zwarte belettering teksten uit het Wilhelmus, de Bijbel en Joodse gebeden aangebracht. Daarmee bewijst hij eer aan de duizenden Joodse slachtoffers en de slachtoffers onder burgers en verzet die in Den Haag zijn gevallen.
Monumenten van herinnering
Met het roestvrijstalen monument Gan Hasjalom in Amstelveen gaf Drielsma gestalte aan de omgekomen leden van de Liberaal Joodse Gemeenschap van Amsterdam – die behoorden tot de zes miljoen vermoorde Joden, uitgebeeld in de zes elementen van RVS.
Zijn werk beperkte zich niet tot vrijstaande monumenten. Voor de synagoge van Meerssen ontwierp hij bronzen deuren waarin de namen van stichters en vermoorde dorpsgenoten zijn opgenomen. Ook voor de Sint-Servaasbasiliek vervaardigde hij deuren, waarin de tekst van Psalm 122 is opgenomen — een psalm van vrede voor Jeruzalem.
Voor Maastricht creëerde hij het bevrijdingsmonument dat vanaf het eerder bevrijde stadsdeel Wyck over het water naar de Maasstad kijkt — een sculptuur die de horizon als metafoor gebruikt. En in de Jerusalem Rose Garden staat zijn monument voor de Joodse kinderen van Maastricht.
Portrettist
Naast monumentaal werk was Drielsma een befaamd portrettist. Zijn werkproces speelde zich onafgebroken in zijn hoofd af: vormen werden overwogen, verworpen, hernomen. Zelfs wanneer hij, zoals bij het portret van koning Willem-Alexander, slechts over foto’s beschikte, wist hij een bezield sculptuur te scheppen. Zijn stijl is gevoelig voor structuur en lichtval, impressionistisch in toets, spontaan in modellering – en altijd met karakter.
In januari 2014 ontving hij van het Gouvernement van Limburg de opdracht dit koninklijke portret te vervaardigen. Hij boetseerde een kleimodel, maar overleed onverwachts op 6 juli van dat jaar, voordat het in brons kon worden gegoten. Zijn echtgenote, Gemma Drielsma-Serpenti, besloot het werk te voltooien. Zij nam de onderdelen van de mal ter hand en zocht naar een manier om het beeld in zijn geest af te maken – een laatste samenwerking, over de grens van het leven heen.
Hulde
Met de tentoonstelling ‘Appie Drielsma – plastisch versus constructief’ brengt Museum Sjoel Elburg hulde aan een groot kunstenaar die de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan in zijn volstrekt eigen vormgeving wist te vatten. Het werk van Appie Drielsma is ingetogen en krachtig tegelijk – monumentaal zonder retoriek. Zijn beelden staan in steden en landschappen, in steen en staal, in brons en beton, maar hun ware plaats is in het geheugen, opgesteld langs lijnen die nooit zullen verdwijnen.
Afbeelding
Nederlands Nationaal Monument Mauthausen (Oostenrijk)
Ongepolijst Neuhauser graniet, brons en grind.
Voorstellende een levenslijn die opkomt, onderbroken wordt, doorloopt en verdwijnt om ergens anders weer boven te komen.
Op 12 bronzen panelen zijn de namen verwerkt van alle Nederlandse slachtoffers. Rondom het monument is geen bestrating aangebracht maar heeft Appie Drielsma bewust gekozen voor grind zodat elke bezoeker die het monument bezoekt het knarsend geluid hoort en voelt als verwijzing naar de steengroeve waar de gevangenen onder erbarmelijke omstandigheden moesten werken.
De onthulling vond plaats op 9 mei 1986 door Z.K.H. prins Bernhard in het bijzijn van onder anderen Simon Wiesenthal.
