Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Elburg – Westerwalstraat 35 – N. Westerink

Op 6 juli 1944 duikt Freddy Lazarus uit Amsterdam onder bij Nicolaas en Murkje Westerink-Jaarsma Westerwalstraat 35 in Elburg. Hij is ternauwernood ontsnapt aan een razzia in Oosterwolde en door dokter Gerritsen naar het consultatiebureau in Elburg gebracht. Wijkzuster Deliana Verhoef brengt hem naar de familie Westerink. Ze heeft geen tijd om tekst en uitleg te geven, maar vertrouwt erop dat de familie Westerink zich over de jongen ontfermt.

Dochter Gerda Westerink: ‘Op een dag stond Freddy plotseling bij ons in het gangetje van het schuurtje. Mijn moeder reageerde nogal verbaasd en vroeg hem wat hij hier kwam doen. De kleine jongen zei in het dialect: Mien va hef mien hier ebracht en hij kump mien tammee ook weer ophoal’n.’ Freddy was twee jaar in Oosterwolde ondergedoken bij de familie Van de Streek en heeft daar het dialect geleerd. Enige tijd later vertrekt Freddy naar de familie Kruithof in de Smedestraat.

In 1944 duikt Renate Rosenblatt uit Amsterdam onder bij de Westerinks. Het meisje is eerst ondergedoken bij de familie Flim in Oostendorp. Toen zij inkwartiering kregen van Duitsers is Renate naar Elburg gebracht. Kort daarna brengen twee dochters van Westerink Renate, verborgen in een wasmand, naar de familie Bleij aan het Bagijnendijkje. Daarna duikt ze onder bij de familie Holstege in ‘t Harde (Aperlo).

In juli 1944 duikt Maup Winnink uit Amsterdam onder bij Nicolaas Westerink. Hij is vanaf maart 1943 ondergedoken bij de familie Spronk in Oldebroek. Vanwege het toenemend aantal razzia’s in Oldebroek wordt Maup naar Elburg gebracht. Hij heeft een vals paspoort op naam van Jan Deutekom. Eind september 1944 krijgt de familie Westerink inwoning van evacués uit Arnhem. Maup wordt naar de buren gebracht, naar Trijntje en Hendrik Westerink. Zij hebben al een onderduiker, de Elburger Joop Cohen. Maup en Joop delen een klein zolderkamertje. Enkele weken later krijgen de evacués een ander gastadres en kan Maup terugkomen.

Eind februari 1945 komt bij Nicolaas Westerink de doofstomme evacué Piet Baas uit Arnhem in huis. Samen met Maup hakt hij ’s avonds in de achtertuin boomstammen in mootjes. Na twee weken verhuist Piet naar de Christelijke Gereformeerde Pastorie op Beekstraat 14.

Maup overleeft de oorlog bij de Westerinks. Zijn ouders, vier broers en schoonzuster zijn gedeporteerd en vermoord.

Bronnen:

  • Norel, Willem van, Joods leven in Elburg (Wezep 2014)
  • Visser, A. (red.) ‘- Visser, A.(red.), ‘Hoe Moop Winnik de oorlog overleefde’ en ‘Waarom verborgen we onderduikers’ in: Oldebroek in oorlogstijd. Schuilplaats voor vreemdelingen (Wezep 1995)