Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Arkadi Natanov – Met handen en voeten

Het werk van de Joodse kunstenaar Arkadi Natanov staat bekend om zijn krachtige symboliek en surrealistische toets. Een selectie van zijn kleurrijke expressieve schilderijen is komend najaar te zien in Museum Sjoel Elburg: van 19 september 2026 tot en met 9 januari 2027 onder de titel ‘Met handen en voeten’.

In een onmiskenbaar eigen stijl hanteert Natanov (Buchara, 1954) een opvallende en kleurrijke beeldspraak om thema’s aanschouwelijk te maken. De belangrijkste kenmerken van zijn oeuvre zijn de buitenproportioneel grote handen en voeten die symbool staan voor Joodse mensen die het niet breed hebben. Hun dagelijks leven kenmerkt zich door zware arbeid, armoede en de strijd om het bestaan. Zij staan letterlijk en figuurlijk ‘met de voeten in de aarde’ en werken ‘met de handen’.

Jodendom
Ook verwijst Natanov veelvuldig naar het jodendom: Klaagmuur, Soekot, Sabbat, Torarollen en keppeltjes. Hij gebruikt hierbij herinneringen uit zijn leven in Oezbekistan, waar hij werd geboren. De kip die overal terugkomt, moest vroeger worden gevangen om er de koosjere maaltijd mee te bereiden. In het algemeen gaat het werk van Natanov over thema’s die mensen waar ter wereld ook bezighouden: het zoeken naar liefde en geborgenheid, in tijden van angst, ontheemding en onzekerheid.

Oezbekistan
Natanov gebruikt zowel acryl- als olieverf, potlood en houtskool, op linnen, paneel en papier. Zijn vakmanschap evolueert voortdurend en hij houdt ervan om nieuwe artistieke horizonten te verkennen. Hij is in 1954 geboren in Buchara, een stad in de Centraal-Aziatische republiek Oezbekistan. Na de middelbare school en militaire dienstplicht volgt Natanov de opleiding tot kunstschilder aan de Academie voor Schone Kunsten in Krasnojarsk, de hoofdstad van Siberië (1997-1981). Toen hij zich op creatief gebied meer en meer beperkt voelde door het Sovjetsysteem, besloot hij in 1991 met vrouw en kinderen uit te reizen naar het Westen.

Reflectie
Als kunstenaar reflecteert Natanov vooral op wat hij zelf heeft meegemaakt. Vlucht, ontheemding, armoede. Natanov: ‘Je hebt geen paspoort, je bent niemand, je moet weg, je weet niet waarheen, een ander land, zonder taal, zonder geld en proberen een nieuw bestaan op te bouwen. Telkens uitleggen wie je bent, je leven opbouwen, tegen muren aanlopen en geen deur zien. Om dát uit te drukken is het moeilijkst van alles.’ De veelvuldig terugkerende vlinder is de metafoor van de overgang van gevangen zijn naar vrijheid. Het stepje waarop een jong koppel staat, verwijst naar zijn eigen stepje, dat hij van oud hout en wat ijzer in elkaar zette. Een verliefd paar dat elkaar kust, de bloemenverkoopster, twee rabbi’s met waterkruiken, het echtpaar met een kinderwagen, de visser op het strand, een groep ontheemden op de vlucht… Het is een en al krachtige symboliek van de meesterhand van Arkadi Natanov, te zien dus in Museum Sjoel Elburg.