Dinsdag t/m zaterdag van 11.00 tot 17.00 uur geopend

Appie Drielsma. Plastisch versus constructief

Van 11 april 2026 tot en met 12 september 2026 presenteert Museum Sjoel Elburg de tentoonstelling ‘Appie Drielsma. Plastisch versus constructief’ met werk een groot kunstenaar voor wie herinnering geen abstract begrip was, maar een doorleefde werkelijkheid. Soms verwerkte hij, bijna onzichtbaar, de namen van vermoorde familieleden in zijn sculpturen.

Geboren op 3 november 1937 in Maastricht, in een Joods slagersgezin, werd Drielsma als kind geconfronteerd met vervolging en onderduik. Hij overleefde de oorlog, maar een groot deel van zijn familie niet — evenals het merendeel van de circa vijfhonderd Joodse inwoners die Maastricht vóór 1940 kende. Deze breuklijn in zijn jeugd werd als het ware de stille onderstroom van zijn gehele oeuvre.

Onder de naam Appie — voluit Albert — droeg hij zijn geschiedenis niet als last, maar als opdracht. Na de oorlog studeerde hij aan de Jan van Eyck Academie in Maastricht. Daar ontwikkelde hij zich tot beeldhouwer, met een scherp gevoel voor vorm, verstilling en symboliek. Zijn monumenten zijn geen illustraties van geschiedenis, maar ruimtelijke gebaren van herinnering — tekens in het landschap die fluisteren: dit mag nooit meer gebeuren. Een belangrijk signaal naar generaties van nu en van de toekomst.

Onderbroken lijn
In tal van zijn sculpturen gaf Drielsma uitdrukking aan verlies en voortbestaan. Soms verwerkte hij, bijna onzichtbaar, de namen van vermoorde familieleden in zijn werk — alsof hij hen in het materiaal borg. ‘Allen die gestorven zijn, zijn voor mij in rechte nog levend, niet omdat ze eisen aan mij stellen, niet omdat ik hen vrees, niet omdat ik zou kunnen denken dat iets van hen nog werkelijk leeft, maar omdat ze nooit hadden mogen sterven. Alle sterven tot dusver was een veelduizendvoudig gerechtelijke moord die ik niet kan legaliseren’, is te lezen in deze bron.

Voor het concentratiekamp Mauthausen vervaardigde Drielsma een herdenkingsmonument (1986) met een intense zeggingskracht: twaalf met elkaar verbonden pijlers, drie meter hoog. Over een lengte van tien meter vormen ze een onderbroken levenslijn. Aan de binnenzijde van de granieten kolossen bevinden zich de bronzen lijsten met de namen van de 1786 vermoorde Nederlanders.

Leven
‘Ik ben / leven / dat leven / wil / temidden / van leven / leven / dat leven wil.’ Appie Drielsma heeft zich deze woorden van Albert Schweitzer eigengemaakt. Hij prent ze ons in als een waarschuwing aan iedereen van nu en de toekomst: dit mag nooit weer gebeuren.

Al schetsend werkte Drielsma toe naar een monumentaal ontwerp ― hij modelleerde net zo lang de vormen tot die de essentie weergaven van wat hij wilde zeggen. Het in 1986 onthulde Nationaal Herdenkingsmonument in Den Haag is daarvan een goed voorbeeld. Het strak vormgegeven monument bestaat uit één lijn die wordt onderbroken en daarna in de grond verdwijnt. Hoewel in de opdracht om een obelisk was gevraagd, koos Drielsma voor een andere vorm. Met basaltblokken bouwde hij een golvende dijk die symbool staat voor het verzet. Daarop plaatste hij vier hoge en vier kortere vierkante zuilen allemaal van strak gepolijst, zwartgrijs Portugees graniet. Drielsma selecteerde dit materiaal vanwege de hardheid en de krachtige, onbuigzame uitstraling. Op de zuilen heeft hij in zwarte belettering teksten uit het Wilhelmus, de Bijbel en Joodse gebeden aangebracht. Daarmee bewijst hij eer aan de duizenden Joodse slachtoffers en de slachtoffers onder burgers en verzet die in Den Haag zijn gevallen.

Monumenten van herinnering
Met het roestvrijstalen monument Gan Hasjalom in Amstelveen gaf Drielsma gestalte aan de zes miljoen vermoorde Joden en het ontwrichte Joodse leven. Ook ontwierp hij monumenten voor de Joodse gemeenschappen van Gulpen — een van zijn onderduikadressen — en Enschede.

Zijn werk beperkte zich niet tot vrijstaande monumenten. Voor de synagoge van Meerssen ontwierp hij bronzen deuren waarin de namen van stichters en vermoorde dorpsgenoten zijn opgenomen. Ook voor de Sint-Servaasbasiliek vervaardigde hij deuren, waarin de tekst van Psalm 122 is opgenomen — een psalm van vrede voor Jeruzalem.

Voor Maastricht creëerde hij het bevrijdingsmonument dat vanaf het eerder bevrijde stadsdeel Wyck over het water naar de Maasstad kijkt — een sculptuur die de horizon als metafoor gebruikt. En in de Jerusalem Rose Garden staat zijn monument voor de Joodse kinderen van Maastricht, onthuld door (destijds) koningin Beatrix.

Portrettist
Naast monumentaal werk was Drielsma een befaamd portrettist. Zijn werkproces speelde zich onafgebroken in zijn hoofd af: vormen werden overwogen, verworpen, hernomen. Zelfs wanneer hij, zoals bij het portret van koning Willem-Alexander, slechts over foto’s beschikte, wist hij een bezield sculptuur te scheppen. Zijn stijl is gevoelig voor structuur en lichtval, impressionistisch in toets, spontaan in modellering — en altijd met karakter.
In januari 2014 ontving hij van het Gouvernement van Limburg de opdracht dit koninklijke portret te vervaardigen. Hij boetseerde een kleimodel, maar overleed onverwachts op 6 juli van dat jaar, voordat het in brons kon worden gegoten. Zijn echtgenote, Gemma Drielsma-Serpenti, besloot het werk te voltooien. Zij nam de onderdelen van de mal ter hand en zocht naar een manier om het beeld in zijn geest af te maken — een laatste samenwerking, over de grens van het leven heen.

Hulde
Met de tentoonstelling ‘Appie Drielsma. Plastisch versus constructief’ brengt Museum Sjoel Elburg hulde aan een groot kunstenaar die de kwetsbaarheid van het menselijk bestaan in zijn volstrekt eigen vormgeving wist te vatten. Het werk van Appie Drielsma is ingetogen en krachtig tegelijk — monumentaal zonder retoriek. Zijn beelden staan in steden en landschappen, in steen en staal, in brons en beton, maar hun ware plaats is in het geheugen, opgesteld langs lijnen die nooit zullen verdwijnen.