Kennisbank

Joodse onderduiklocaties op de Noordwest-Veluwe

Nederland wordt op 10 mei 1940 aangevallen door het Duitse leger. Na het bombardement op Rotterdam capituleert de legerleiding op 15 mei. Eerst lijkt de bezetting mee te vallen, maar dat verandert snel. Hitler en zijn trawanten zijn antisemieten, ze haten joden. Ze geven joden de schuld van alles wat er mis is in de wereld. De joden zijn volgens Hitler uit op de wereldheerschappij.

In Nederland wonen in 1940 ongeveer 140.000 joden. Stap voor stap worden zij geïsoleerd van de bevolking. Een van de eerste maatregelen in november 1940 is het ontslag van joodse ambtenaren. In januari 1941 volgt de registratieplicht en vanaf september 1941 moeten joodse kinderen naar aparte scholen. Joden mogen ook geen parken, dierentuinen, cafés, restaurants, hotels, schouwburgen, bioscopen, sportinrichtingen en openbare bibliotheken meer bezoeken.

Vanaf januari 1942 worden werkloze joden naar joodse werkkampen gestuurd. In dezelfde maand krijgen joden een ‘J’ in hun persoonsbewijs. Begin mei wordt het dragen van de Jodenster verplicht en vanaf juli 1942 begint de deportatie naar de vernietigingskampen in Oost-Europa. Kamp Westerbork in Drenthe is in gebruik genomen als doorgangskamp. Vanaf april 1943 mogen joden niet meer in de provincies wonen. Ze moeten verhuizen naar enkele daartoe aangewezen steden. In december 1943 wonen er officieel geen joden meer in Nederland. Er wordt fanatiek jacht gemaakt op joodse onderduikers.

In de Tweede Wereldoorlog zijn er ongeveer 28.000 joden ondergedoken om deportatie te voorkomen en ongeveer 325.000 niet-joden. Tot deze laatste groep behoren studenten die weigeren de loyaliteitsverklaring te ondertekenen, mannen die weigeren voor de Duitsers te werken, oud-militairen, personeelsleden van de Nederlandse Spoorwegen en neergeschoten of gevluchte geallieerde militairen. In alle steden en dorpen van Nederland zijn er mensen die met gevaar voor eigen leven schuilplekken aanbieden. Verzetsorganisaties zorgen voor voedselbonnen en in geval van nood voor nieuwe onderduikadressen. Ongeveer 12.000 ondergedoken joden worden alsnog gepakt en vermoord, de meesten door verraad. Vanaf het voorjaar van 1943 betaalt de Duitse bezetter een premie voor elke aangegeven jood. Aanvankelijk is dit ‘kopgeld’ tweeënhalve gulden, maar dat wordt in stappen verhoogd tot veertig gulden. Op de Noord Veluwe zijn meerdere fanatieke jodenjagers actief. F.J. Jansen uit Hulshorst gaat regelmatig met NSB-burgemeester F.D.G. Klinkenberg uit Putten en onderluitenant A. de Man uit Nunspeet op jodenjacht. Klinkenberg heeft van de Duitse autoriteiten een volmacht gekregen om in de gehele provincie Gelderland joden te arresteren. Jansen jaagt ook vaak samen met marechaussee-commandant K. Doeven uit Nunspeet op joden. Jansen is in februari 1945 in de omgeving van Terlet gedood. Zijn lichaam is doorzeefd met kogels. Heeft het verzet hem vermoord? Burgemeester Klinkenberg krijgt na de oorlog twintig jaar gevangenisstraf. Doeven vijftien jaar.

Op de Noordwest-Veluwe is een groot aantal onderduikers: joden en niet-joden. In Elburg zijn aanvankelijk weinig joden ondergedoken, wel functioneert het Groene Kruisgebouw in de Schapesteeg als noodopvang voor vluchtende joden. Wijkzuster Deliana Verhoef ontfermt zich een of meerdere nachten over hen. Oldebroek en Oosterwolde tellen vanaf de zomer van 1942 een toenemend aantal joodse onderduikers. Er vinden regelmatig razzia’s plaats. Voor de joden die dan weg kunnen vluchten, moeten nieuwe onderduikadressen worden gezocht. In de zomer van 1944 wordt dat moeilijk en doet de Oldebroekse verzetsbeweging een beroep op de verzetsgroep Elburg. Wijkzuster Deliana Verhoef zorgt in Elburg voor nieuwe onderduikadressen voor meerdere joodse kinderen. Een aantal maanden later komen er nog meer joodse kinderen en ook een aantal volwassen joden.

In oktober 1944 krijgt de verzetsgroep Elburg een noodroep uit Nunspeet: Het Verscholen Dorp, waar rond de tachtig onderduikers zijn, moet met spoed ontruimd worden. Op 26 oktober worden twee joodse kinderen naar Elburg gebracht. Drie dagen later wordt het Verscholen Dorp ontdekt, acht joden worden opgepakt en vermoord, de anderen vluchten weg. Begin november zorgt verzetsgroep Elburg voor nieuwe schuiladressen voor elf gevluchte joden uit het Verscholen Dorp. De stad is op dat moment bomvol: honderden evacueés uit Arnhem en omgeving hebben zich na het mislukken van Operatie Market Garden gemeld. Elburg is verplicht ze op te nemen. De elf joden uit het Verscholen dorp worden ook geregistreerd als evacuées uit Arnhem en kunnen vanaf dat moment, net als de echte evacueés, wekelijks drieënhalve gulden evacuatiegeld ophalen. Hun onderduikgevers krijgen twee gulden kostgeld.

De meerderheid van de joodse onderduikers op de Noordwest-Veluwe overleeft de oorlog, een aantal wordt verraden, opgepakt en in een van de vernietigingskampen vermoord. Slechts een enkeling overleeft het vernietigingskamp, zoals Annie Bromet-Nabarro. Zij wordt in Oldebroek, na verraad, opgepakt en keert in 1945 terug uit Auschwitz.

In 1953 schildert Annie haar dochter Bertha die de oorlog overleefd heeft door onder te duiken in Oldebroek en Oostendorp. In december 2023 wordt dit schilderij geschonken aan Museum Sjoel Elburg.

Inmiddels zijn 120 onderduiklocaties op de Noordwest-Veluwe achterhaald, met de bijbehorende onderduikverhalen.

Gesloten

Vanwege werkzaamheden aan het stroomnet is Museum Sjoel Elburg woensdag 16 september gesloten.

Onze excuses voor het ongemak. Vanaf donderdag bent u weer van harte welkom.